De Nederlandse aardgasbehoefte wordt mogelijk al vanaf 2021 aangevuld met gas vanuit het buitenland. Dit als gevolg van de teruggeschroefde winning in de Groningse velden. Het buitenlandse gas is anders van samenstelling, wat aanpassingen vraagt in de apparatuur die wordt gebruikt voor de verwerking ervan.
Gouden jaren
In 1959 is ‘Slochteren’ ontdekt, het bekendste aardgasveld van Nederland. Vanaf dat moment wordt de Nederlandse aardgasbehoefte volledig vanuit eigen land voorzien. Ook het Continentaal plat, een winningsveld in de Noordzee, draagt bij aan de Nederlandse aardgasbehoefte.
Er is zoveel aardgas in de Nederlandse bodem aanwezig, dat ons land een belangrijke aardgasexporteur wordt. Bijna twee procent van de totale Nederlandse export is afkomstig van aardgas. Een bedrag van miljarden euro’s wordt hiermee door de overheid verdiend.
Productieplafond na bodemdaling
Vanwege de bodemdaling in Groningen is in 2014 een productieplafond ingesteld voor aardgaswinning. De winning werd teruggeschroefd van ruim 50 miljard kuub per jaar naar ruim 20 kuub.
In 2017 berekent TNO dat ons land – afhankelijk van kabinetsbeslissingen – van een gasexporteur verandert in een gasimporteur. In het snelste scenario is hier al in 2021 sprake van, terwijl eerder nog werd uitgegaan van 2030.
Hoogcalorisch aardgas
Naast financiële gevolgen heeft de import van buitenlands aardgas ook technische gevolgen. Internationaal wordt ‘hoogcalorisch’ gas aangeboden. In Nederland zijn we laagcalorisch gas gewend. Het aanpassen van alle huishoudelijke apparaten op de nieuwe gassamenstelling acht TNO niet waarschijnlijk, zeker omdat Nederland een overgang doormaakt naar gasloos of all-electric wonen. Het onderzoeksinstituut geeft aan dat het waarschijnlijker is dat het aangeboden gas bij binnenkomst in Nederland moet worden omgewerkt van hoog- in laagcalorisch aardgas. De overheid dient hiervoor zorg te dragen.